Heeft (teveel) zout invloed op MS?
Ons hedendaags, Westers dieet wordt gekenmerkt door hoge suiker en zoutgehaltes. De gemiddelde Belg consumeert 9,5 gram zout per dag terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie maar 5 gram per dag adviseert [1]. De chemische benaming van keukenzout is natriumchloride. Het bestaat dus uit de twee elementen natrium en chloride; elke gram zout bevat 0,4 gram natrium, de grote boosdoener voor onze gezondheid. In onderstaand artikel duiden we de effecten van zout op de algemene gezondheid, en meer specifiek op multiple sclerose (MS).
“De gemiddelde Belg consumeert 9,5 gram zout per dag terwijl de Wereldgezonddheidsorganisatie maar 5 gram per dag adviseert.”
Waar komt die hoge zoutinname vandaan?
De hoeveelheid zout in een bepaald voedingsmiddel kan vaak op de verpakking worden teruggevonden. Een diepvriespizza bijvoorbeeld bevat al snel 4 gram zout. Dat er veel zout zit in fastfood of kant-en-klare gerechten is voor niemand een verrassing. Maar er zijn er ook veel onverwachte voedingsproducten waar zout aan wordt toegevoegd zoals brood, koekjes, vleeswaren, kazen, sauzen, chips, etc. Dit bevordert de smaak en houdbaarheid van voedsel. Bovendien voegen velen wel eens extra zout toe om de smaak van een gerecht te verbeteren. Dit typisch Westers voedsel draagt bij tot de hoge zoutinname in de Westerse wereld.
Wat is het effect van zout op ons lichaam?
Zoals hierboven vermeld, is het voornamelijk het natrium in zout dat de grootste (negatieve) effecten heeft. We hebben natrium, in kleine hoeveelheden, nodig voor een goede werking van het lichaam. Het zorgt voor het samentrekken van spieren, geleiding van zenuwimpulsen, vochtregulatie in het lichaam, etc. Een te hoge inname daarentegen is nadelig voor de gezondheid. Het meest gekende gevolg van een hoge zoutconsumptie is een verhoogde bloeddruk. Dit kan op zijn beurt het risico op hart- en vaatziekten, de grootste doodsoorzaak wereldwijd, sterk verhogen. Er is wel goed nieuws: bij een gematigde daling in zoutinname van 9-12 gram tot 5-6 gram per dag ziet men al positieve effecten in bloeddruk na vier weken [2]. Een recente studie ontdekte dat een laag-zout dieet (0,5 gram natrium of 1,25 gram zout per dag) zelfs al na één week een sterke daling in bloeddruk kan veroorzaken [3]. Daarnaast zijn er ook minder gekende effecten van zout op ons lichaam. Zo weten we dat het een grote invloed heeft op ons afweersysteem en diens cellen, genaamd ontstekingscellen. Er werd aangetoond dat zout kan zorgen voor het ontstaan van zeer actieve, ontstekingsbevorderende cellen [4]. Daarnaast vermindert zout de werking van ontstekingsremmende cellen [5]. Deze verschuiving in balans, van afremmende naar bevorderende ontstekingscellen, werd al eerder gelinkt aan auto-immuunziekten.
Hoe veroorzaakt zout deze veranderingen in het afweersysteem? Ten eerste kan het rechtstreeks op de cellen inwerken en ervoor zorgen dat hun onderliggende programmatie verandert; cellen die eerst afremmend zouden worden, worden onder invloed van zout in de richting van ontstekingsbevorderende cellen geduwd [5]. Daarnaast kan het ook via een omweg veranderingen teweeg brengen. Zo is het geweten dat een hoge zoutinname effecten heeft op onze darmflora, de bacteriën die voor een goede werking van onze darm zorgen [6]. Bepaalde bacteriesoorten tolereren het zout niet en verdwijnen, terwijl andere het net beter gaan doen. De stofjes die deze bacteriën uitscheiden in de darmen, zullen de vorming van de ontstekingsbevorderende cellen stimuleren. Deze ontstekingscellen kunnen dan de darm verlaten, en op andere plekken in het lichaam hun effecten uitoefenen.
“Zout is gekend voor het veroorzaken van een hoge bloeddruk, maar heeft daarnaast ook een belangrijke invloed op ons afweersysteem.”
Wat zijn de implicaties van een hoge zoutinname bij MS?
Auto-immuunziekten komen de afgelopen decennia steeds vaker voor. Dit wijst erop dat naast genetische aanleg, omgevingsfactoren ook een grote rol spelen in de ontwikkeling van deze ziekten [7]. Daarom wordt er steeds meer aandacht geschonken aan de levensstijl van personen met MS of andere auto-immuunziekten. Hieronder valt het dieet, en met name dus ook zout. In één studie werden proefdieren met een MS-achtige ziekte blootgesteld aan een dieet met een hoog zoutgehalte [7]. Vergeleken met proefdieren met een normaal dieet, was het ziekteverloop in de zoutgroep ernstiger. Een Argentijnse studie uit 2015 volgde 70 personen met relapsing-remitting MS voor twee jaar [8]. Het onderzoek toonde aan dat een hogere zoutinname (meer dan 4,8 gram per dag) was geassocieerd met een verhoogd risico (bijna 4x meer) op opstoten van de ziekte. Ook zagen ze bij deze groep na twee jaar meer nieuwe hersenletsels op MRI beelden. Echter konden studies hierna deze resultaten niet bevestigen. Zo werden 465 personen met clinically isolated syndrome (CIS) gevolgd voor vijf jaar [9]. (CIS betekent dat een persoon eenmaal symptomen krijgt die lijken op een eerste MS opstoot. Dit kan eenmalig blijven, of dit kan overgaan in MS.) In deze studie werd het natriumgehalte in de urine gemeten, en hieraan werden verschillende ziekteparameters gelinkt. Men zag dat er geen associatie was tussen het natriumgehalte en de overgang van CIS naar MS, het percentage van opstoten, ziekteprogressie of vorming van nieuwe laesies in de hersenen [9]. Ook werd de rol van zout in pediatrische MS, oftewel MS in kinderen, bestudeerd [10, 11]. Hierbij stelde men vast dat kinderen met MS geen hogere zoutinname hebben dan kinderen zonder MS [10]. Hoge zoutconsumptie was hierbij ook niet geassocieerd met het risico op de ontwikkeling van MS of de tijd tot een volgende opstoot [10, 11].
Hoe komt het dat de ene studie wel een effect ziet, en de andere niet? Dit kan te wijten zijn aan verschillende factoren. Ten eerste zijn er verschillen in studie-opzet. Zo wordt bijvoorbeeld de zoutinname op verschillende manieren geschat; de meest gebruikte methoden zijn vragenlijsten of het meten van het natriumgehalte in de urine. Bij het invullen van vragenlijsten onderschatten mensen vaak hun werkelijke zoutinname, terwijl de metingen in urine een momentopname zijn en slecht de lange-termijn zoutinname reflecteren. Ook kan de studie-opzet verschillen door de tijdsduur waarin de studiegroep gevolgd werd of kunnen de studiegroepen verschillen i.v.m. het aantal proefpersonen, geslacht, etniciteit en geografie. Tot slot kunnen andere factoren de resultaten beïnvloeden, zoals vitamine D gehalte, lichaamsgewicht en behandelingen. Er zijn bovendien grote verschillen in resultaten van studies met dieren ten opzichte van mensen. De reden hiervoor is dat dierproeven veel sterker gecontroleerd kunnen worden op het vlak van genetica, voeding en leefomstandigheden. Mensen daarentegen verschillen sterk in o.a. levensstijl, genetica en medische behandelingen. Resultaten uit dierproeven zijn daardoor niet zomaar overdraagbaar naar mensen.
Samengevat
Momenteel is er onvoldoende bewijs om te concluderen dat een hoge zoutinname het risico op MS ontwikkeling of progressie verhoogt. Verdere onderzoeken zijn nodig met een grotere en meer diverse studiegroep en een betere studie-opzet. Het is daarentegen wel duidelijk aangetoond dat een overmatige zoutinname gelinkt is aan hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Daarom wordt aan iedereen, inclusief personen met MS, geadviseerd om de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie te volgen (maximum 5 gram zout of 2 gram natrium per dag) [1]. Een beter gebalanceerd dieet, zoals het mediterrane dieet wordt daarom aanbevolen. Als u hier meer over wil weten, kan u ook het artikel ‘MS en voeding: de kracht van het mediterrane dieet‘ lezen.